Ga naar hoofdinhoud

De beuk (Fagus sylvatica) is een plant uit de familie van de Fagaceae. Het is een van nature in Europa voorkomende boom.

De wetenschappelijke naam van het geslacht is afkomstig van Latijnse ‘fagus’ (beuk).

De soortaanduiding sylvatica is afgeleid van het Latijnse ‘silva’ (bos) en betekent in de bossen in het wild groeiend.

Kenmerken
De beuk kan tot 46 meter hoog worden. De stam is glad en grijs en de bast is dun.

De beukennootjes worden omsloten door een napje, dat gevormd wordt uit de vruchtbladeren en de schutbladen.

In elk napje zitten twee nootjes. Als de nootjes rijp zijn opent het napje in vier delen en vallen de beukennootjes op de grond. De beukennootjes worden onder andere verspreid door eekhoorns, die ze als wintervoorraad gebruiken. Beukennootjes, die tot de echte noten worden gerekend, zijn voor menselijke consumptie geschikt.

Deze beuk is een heel bijzondere. Hij heeft veel ‘gaten’ waarin in het voorjaar allerlei vogels nestelen. Je kunt er de boomklever, de boomkruiper, mezen en spechten vinden. Het is leuk om de kleine snaveltjes te zien als de jongen gevoederd worden. Ook huizen er vleermuizen in deze boom (o.a. rosse vleermuis).

Back To Top